Wetenschap, emotie of emotionele wetenschap?

Een belangrijk uitgangspunt in de volwassen democratieën is dat besluiten worden onderbouwd door wetenschappelijk bewijs. Als in een gebied de bevolkingspiramide een bevolkingsgroei voorspelt dan is het verstandig om een aantal voorzieningen te realiseren. Vervolgens kan op basis van ervaringsdata worden bepaald welke voorzieningen (en in welke omvang) nodig zullen zijn. Zo hebben we een samenleving opgebouwd waarin vrijwel iedereen mee kan doen. Het kan ongetwijfeld beter, maar het kan vooral heel veel slechter.

 

Emotie-politiek 

De mens is echter niet zo’n heel erg rationeel mens; we zijn meer van de emotie. Nu de samenleving redelijk tegen de perfectie aanschurkt zien we dan ook dat besluitvorming op basis van wetenschappelijk onderzoek steeds meer onder druk staat. Vooroordelen over buitenlanders, homo’s, joden of andere onbekenden (?) dringen zich steeds vaker op. Besluiten op basis van deze vooroordelen worden steeds vaker gevraagd en ook steeds vaker acceptabel of bespreekbaar geacht.

 

Feiten lijken ondergeschikt aan emotie. Alle onderzoeken tonen aan dat Groot-Brittannië sinds de aansluiting met Europa een opleving heeft gekend en toch willen de Britten terug naar hun ‘splendid isolation’. Een groot deel van Silicon Valley drijft op niet-Amerikaanse denkkracht en toch wil Trump de VS terug geven aan de Amerikanen (niet zijnde de indianen). Ajax drijft op donker gekleurde spelers; toch vroegen de fans in de jaren negentig om alleen maar blanke spelers op te gaan stellen (waarop Cruijff uitsluitend donker gekleurde spelers opstelde en won).

  

Wetenschap voor Jan Modaal 

Toch is het niet zo raar. Het is eerder opvallend, dat de ratio zo lang de politieke besluitvorming heeft gedomineerd. Een bijkomend punt is dat wetenschap niet altijd zo betrouwbaar is als ze zou moeten zijn; wetenschappers handelen niet altijd wetenschappelijk. Met het toenemen van het belang van de wetenschap wordt de druk om iets wetenschappelijks te publiceren ook groter. Geld en wetenschap zijn niet de beste vrienden.

 

Een ander punt is dat veel wetenschappelijke inzichten breder beschikbaar komen bij mensen. Tot de jaren zestig was het redelijk normaal dat de grote massa redelijk kritiekloos de leiders volgde. Met de emancipatie van Jan Modaal (versneld door de komst van internet) wordt informatie steeds breder beschikbaar. Met het toenemen van het aantal mensen waar beleid op wordt afgestemd wordt de complexiteit van de besluitvorming echter ook veel groter. Dit leidt tot de paradox dat het inpassen van meer wensen tot gevolg heeft dat men minder begrip heeft voor dit beleid. Het beleid wordt te complex en mensen willen terug naar een beleid dat ze kunnen begrijpen.

 

Wetenschap op één

Willen we echter dat heel veel mensen duurzaam heel veel voorspoed hebben dan is er geen plaats voor emotie. Tegelijkertijd is er ook geen plaats voor geld in het wetenschappelijke debat. Er moet uiteraard geld zijn voor wetenschap, maar geld mag niet het doel zijn van de wetenschapper. Ook worden soms de meest dubieuze wetenschappers ‘ingevlogen’ om een wetenschappelijke twist te geven aan een emotie-gedreven besluit. Wat moet je nog geloven zonder zelf wetenschapper te worden?

 

Mensen moeten vertrouwen kunnen hebben in het beleid en daarmee in de onderliggende wetenschappelijke onderzoeken. Pas als wetenschap weer puur en zuiver is en de politiek weer is gebaseerd op deze wetenschap kan het vertrouwen van burgers in de politiek terugkomen.

 

Met liberale groeten,

 

Peter Lamberts