· 

Wijkt de auto voor de politiek?

Wordt de auto de kop van Jut in Barneveld? Gemeenten willen het autogebruik terugdringen, ook bij ons. Maar is dat logisch, of kopiëren we blind beleid uit oude binnensteden? Kijk naar Voorthuizen: een prachtig nieuw centrum, maar hoe kom je er zonder frustratie? Terwijl de politiek droomt van fietsers en voetgangers, lijkt de automobilist steeds verder naar de rand gedrukt. Is dit vooruitgang of een recept voor ergernis? 

 

Steeds meer gemeenten werken aan beleid om het autogebruik terug te dringen. Ook  Barneveld doet ‘vrolijk’ mee.  Aan de ene kant kan het  begrepen worden: de auto is niet milieuvriendelijk en kost ruimte. Aan de andere kant is de auto het perfecte middel om jou van A naar B te brengen. Uiteindelijk is deze oplossing voor ons vervoerprobleem zo ingeburgerd dat we vergeten zijn hoe cruciaal de auto voor ons is.

 

Laten we beginnen bij het probleem

In de binnensteden van de grotere (en meestal: oudere) steden moeten bussen, vrachtwagens, auto’s, fietsen en voetgangers manoeuvreren in een veel te kleine ruimte om van A naar B te komen. De fietser en de wandelaar kunnen daar op zich uitstekend terecht, maar raken in de knel door al het blik en staal. Toen deze binnensteden gebouwd werden is er geen rekening gehouden met de huidige hoeveelheid verkeer.Dat wreekt zich nu. Het is dan ook te begrijpen dat er maatregelen worden genomen om de auto te weren. In die oude binnensteden wel te verstaan. Barneveld is geen grote stad én heeft geen oude binnenstad.  

 

Hoe zit dit in Barneveld?

Toch heeft Barneveld ook een centrum waar je niet met goed fatsoen auto’s, bussen en vrachtwagens tegelijkertijd met fietsers en voetgangers kunt laten manoeuvreren. Het is dan ook logisch dat aan de rand van het centrum parkeerplaatsen worden aangelegd, zodat je het laatste stuk naar het centrum moet lopen. Maar dat is het dan ook in Barneveld.

 

Desondanks wordt er bij nieuwbouwwijken geknepen op het aantal parkeerplaatsen, bij nieuwe centrumplannen (zoals in Voorthuizen) wordt de auto geweerd en worden doorgaande wegen buiten het centrum in 30 km-zones omgevormd. Waarom? Omdat beleidsmakers de problematiek van auto’s in oude binnensteden klakkeloos doortrekken naar de rest van Nederland. En dus ook naar onze gemeente.

 

Het gaat niet om de auto, maar om de automobilist

De politiek bepaalt dus wat wel en niet kan. Mensen zijn echter net als water en een automobilist is ook gewoon een mens: ze gaan daar waar de mogelijkheid is. Je ziet dan ook in woonwijken met te weinig parkeerplaatsen, dat de hofjes vol staan met auto’s. Of je ziet in wijken bij een supermarkt met te weinig parkeerplaatsen dat de wijken volstaan met auto’s van winkelend publiek.

 

En daar wringt het. Beleidsmakers willen namelijk wel dat we naar het centrum komen. Daar zitten winkels en daar vinden de evenementen plaats. Het is dan wel de bedoeling dat er mensen naar toe komen. Met de auto? Dan weet u wat er dan gebeurt. Eerst is er een ervaring met veel frustratie. En daarna volgt de eenvoudige oplossing: de automobilist gaat de volgende keer ergens heen waar je wel kunt parkeren of zet de auto in een naastgelegen woonwijk.

 

Ja, mensen - automobilisten - zijn net water. Behalve als ze toevallig het beleid maken.

 

En de fiets dan?

De beleidsmakers sturen steeds vaker richting de fiets.  Toch wordt dat niet consequent gedaan. Daar waar wordt gepleit om met de fiets te komen is er een probleem aan het ontstaan. Bij bijna alle wegen, die de afgelopen tijd worden aangelegd zie je dat de fietser volop ruimte krijgt, maar even verder op stokt die ruimte ineens.  

 

Of de voetganger? 

Hetzelfde geldt voor de voetganger in het nieuwe centrum van Voorthuizen. De tekeningen zien er echt geweldig uit, maar om er te komen moet je eerst door straten lopen die vol staan met geparkeerde auto’s, terwijl fietsers er tussendoor slalommen. Eenmaal aangekomen in het nieuwe centrum is het voor voetgangers, fietsers en automobilisten volstrekt onduidelijk waar ze heen kunnen of waar ze heen moeten.

 

Zo wordt niet alleen de automobilist weggepest door een gebrek aan parkeerplaatsen, ook de fietser vindt nergens plek voor zijn ijzeren ros en voelt de voetganger zich onveilig. Of zie ik het allemaal te somber in?

 

Met liberale groeten,

Peter Lamberts