- OPINIESTUK -
Op 16 juli verscheen een opiniestuk in de Barneveldse krant onder de naam ‘Sluiting Regenboog geen strijd tussen christelijk en openbaar.’ En hoewel ik de achterliggende gedachte heel sympathiek vind, laat het stuk wel precies zien wat het pijnpunt is in deze discussie. Laat me dat toelichten.
In de basis is de discussie die is ontstaan naar aanleiding van de voorgenomen sluiting van De Regenboog inderdaad geen issue van christelijk versus openbaar. De coalitiepartijen, grotendeels christelijk, hebben in het coalitieakkoord ook aangegeven openbaar onderwijs belangrijk te vinden. Maar iets zeggen en iets doen zijn twee verschillende dingen.
Mevrouw De Kwant geeft aan dat ze het belang ziet van openbaar onderwijs, en dat ze liever geen scholen ziet verdwijnen in een groeiend dorp als Voorthuizen. Tegelijkertijd geeft ze aan dat ze ‘niet instemt met voorstellen die juridisch of praktisch geen standhouden of geen aantoonbare meerwaarde hebben. […] Mocht die meerwaarde wél ontstaan, dan stem ik direct voor.’ En daarmee wordt genoeg gezegd. Want schijnbaar heeft een poging om De Regenboog in stand te houden géén aantoonbare meerwaarde. En dat terwijl de sluiting van De Regenboog op dit moment nog een voorgenomen besluit is, en er nog ruimte is om naar oplossingen te zoeken.
Ook stelt mevrouw De Kwant: ‘Als raadslid is het mijn taak om eerlijk te zijn over wat haalbaar is.’ Dat ben ik helemaal met haar eens. Ook wij hebben al eerder aangegeven dat de kans van slagen voor het openhouden van deze school klein is. De tegenstelling zit dan ook niet op christelijk of niet-christelijk. De tegenstelling zit ‘m hierin: wij zijn wél bereid om nog een laatste poging te wagen. Om alles uit de kast te trekken. Om openbaar onderwijs in Voorthuizen niet verloren te laten gaan. Want hoewel de aangekondigde sluiting De Regenboog door velen waarschijnlijk wordt gezien als een logisch gevolg van teruglopende leerlingenaantallen, wringt er iets.
Voorthuizen is namelijk geen dorp dat leegloopt. Wie door de nieuwbouwwijken rijdt, ziet hoe snel het dorp verandert. Er worden huizen gebouwd, jonge gezinnen vestigen zich er en de vraag naar voorzieningen groeit mee. Juist daarom is het opvallend dat de discussie vooral gaat over het sluiten van een school en nauwelijks over de vraag wat een groeiend dorp in de toekomst nodig heeft.
Daarbij gaat het niet om de vraag of openbaar onderwijs beter is dan bijzonder onderwijs. Dat is het punt niet. Openbaar onderwijs biedt iets anders. Het is onderwijs zonder religieuze of levensbeschouwelijke grondslag als uitgangspunt. Voor veel ouders is dat geen ideologische keuze, maar simpelweg hun voorkeur. Zij zoeken goed onderwijs dicht bij huis, zonder dat de bijbel op schoot ligt. En die ouders wonen ook, en misschien juist wel, in Voorthuizen.
Zolang er een openbare school bestaat, is die keuze er vanzelfsprekend. Zodra de laatste openbare school verdwijnt, verandert dat. Dan verdwijnt niet de behoefte aan openbaar onderwijs, maar de mogelijkheid om ervoor te kiezen. Dat maakt de sluiting van De Regenboog groter dan een lokale kwestie. Keuzevrijheid verliest haar betekenis als een dorp feitelijk nog maar één keuze kent. Het zijn precies dit soort situaties waarin mooie begrippen als diversiteit, inclusiviteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid betekenis kunnen krijgen. Niet in beleidsstukken, maar in concrete keuzes voor ouders.
Voorthuizen biedt een uitgelezen kans om dat te laten zien. Dat is dan ook mijn oproep. Welk schoolbestuur durft te zeggen: wij staan voor die keuzevrijheid voor ouders en kinderen? En durft de wethouder te zeggen: ik sta voor openbaar onderwijs? Want een groeidorp zonder openbare basisschool is geen natuurverschijnsel. Het is een keuze.
