Waarom willen ‘we’ eigenlijk een wolf?
Al in mei 2022 schreef ik een column over de wolf waarin ik mezelf de vraag stel of de fans de wolf liever een kip of een wolf willen hebben. Je kunt de kip ook inwisselen voor een schaap, een moeflon of een hert. Geen enkel dier is veilig voor de wolf. Diverse deskundigen waarschuwen tegenwoordig ook dat de wolf alleen maar brutaler wordt zolang wij geen grenzen stellen. Dat is ook logisch; de wolf is een vleeseter en hij haalt zijn boodschappen niet in de supermarkt. Als we niets doen dan komen er meer wolven en als meer wolven meer honger hebben dan zullen ze iedere keer een stap verder gaan.
Geven en nemen van vrijheid
We moeten allemaal een beetje geven en nemen in het leven. Het idee uit de jaren ’70 om heel Nederland te asfalteren, zodat auto’s makkelijker van A naar B zouden kunnen was dus niet zo’n goed idee. Het idee om de wolf toe te laten in Nederland komt in de buurt, maar het idee om het dier dan een beschermde status te geven zit helemaal op hetzelfde niveau.
Het is in mijn ogen vrij simpel: een wolf is een vleeseter en haalt haar eten niet in de supermarkt of de Keurslager. Daarnaast is de wolf een flink slag groter dan een vos of andere roofdieren, die we in Nederland hebben. Dat heeft er onder meer toe geleid dat het aantal moeflons op de Veluwe tussen 2021 en 2024 is gedaald van 339 – 400 naar ruim 30. Dat zijn dus cijfers van ruim een jaar geleden. De moeflon is een schaapachtige, die door zijn begrazing de groei van heidesoorten en kruidensoorten mogelijk maakt. Als je dus kiest voor de ene diversiteit (de wolf) kies je dus niet voor die andere diversiteit (de flora, die mogelijk wordt door de moeflon).
Een wolf is geen bever – dus: waarom?
En dan heb ik het nog niet over het volgende slachtoffer van de wolf: het schaap. Ondanks alle goede tips van wolf-deskundigen blijkt dat deze specialisten meer verstand hebben van wolven dan van werkende afrastering, want iedere keer weer blijken investeringen op advies van hen volledig zinloos. Wolven blijken veel betere klimmers en gravers dan de wolvendeskundigen hadden beseft. Dit opent wellicht nieuwe onderzoeksgebieden in het werkveld van deze deskundigen, maar als wij een dier doden dan is dat verschrikkelijk en als een wolf een heel veld vol schapen doodbijt dan is dat de natuur.
Nu is er wel eerder een uitgestorven dier terug gezet in de Nederlandse natuur. De bever is daar een mooi (want: succesvol) voorbeeld van. Net nu ik deze column schrijf hoor ik dat er inmiddels ook overlast begint te ontstaan door de circa 6.000 bevers die we inmiddels hebben. Deze overlast valt echter in het niet bij de overlast door de schamele 100 wolven.
Heel af en toe hoor ik ook een geluid van een andere wolven-deskundige. Die waarschuwt er voor dat de wolf steeds brutaler zal worden. Met de groei van het aantal wolven en de veel te kleine leefruimte (in Finland zijn ongeveer 4 keer zoveel wolven terwijl het land meer dan 8 * zo groot is – daar is de jacht op de wolf weer toegestaan) zal de groeiende bescherming van schapen alleen maar leiden tot een nieuwe slachtoffergroep. Dat zij wij zelf. De vraag is daarom ook: waarom willen ‘we’ nou eigenlijk dat de wolf hier weer is toegelaten? Ik heb geen idee.
Met liberale groeten,
Peter Lamberts
