Tijdens de raadsvergadering van 27 mei 2026 is een voorstel besproken om een zienswijze in te dienen op de door de Provincie Gelderland verleende vergunning aan Brons. Gerben voerde het woord. In dit artikel lees je zijn bijdrage.
Brons. Wat ooit begon als een molen, is uitgegroeid tot een grote veevoerfabriek midden in de omgeving waar mensen wonen, werken en leven. En juist daar zit vandaag de kern van het debat.
Begrijpelijke zorgen.
Allereerst de zorgen van de omwonenden. Die begrijpen wij goed. Niemand wil structurele geurhinder, geluidsoverlast of dagelijks vrachtverkeer voor de deur. Mensen willen prettig kunnen wonen in hun eigen leefomgeving. Die signalen moeten we serieus nemen.
Tegelijkertijd vraagt dit dossier ook om een zorgvuldige en eerlijke afweging. Niet alleen richting inwoners en omwonenden, maar ook richting de ondernemer. Er liggen vergunningen, afspraken en voorwaarden. En als overheid moeten we betrouwbaar zijn in hoe we daarmee omgaan. Dat geldt ook voor de provinciale overheid. Zij moeten gaan handhaven op overtredingen.
Provincie is het bevoegde gezag.
De provincie is in deze vergunningsprocedure het bevoegd gezag. Zij gaan over de vergunningverlening en de beoordeling daarvan. Wij kunnen als raad onze mening geven en een zienwijze indienen, maar uiteindelijk ligt die verantwoordelijkheid daar. Wij kunnen ons vinden in het provinciale besluit om geen verdere uitbreiding van de productie van geperst veevoer toe te staan. Wat ons betreft is daarmee een duidelijke grens aan de groei gesteld.
Geen verdere groei.
Want laat één ding helder zijn: een verdere groei van Brons op deze locatie zien wij niet als wenselijk. Deze plek vraagt om balans. Het kan niet zo zijn dat we regels blijven opstapelen totdat ondernemen praktisch onmogelijk wordt. Maar andersom geldt ook dat een bedrijf midden tussen woningen rekening moet houden met de omgeving. Dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Én grenzen.
Een doorkijk naar de toekomst.
Wij kijken ook verder vooruit. Wat ons betreft is deze locatie op termijn een transformatielocatie voor woningbouw. De toekomst van deze plek ligt wat ons betreft niet in steeds grotere industriële activiteiten in de dorpskern, maar juist in een inbreidinglocatie voor woningbouw. Daarom vinden wij het belangrijk dat provincie, gemeente en Brons in gesprek gaan en blijven over verplaatsing van de activiteiten buiten de kern.
Zekerheid of schijnzekerheid?
Dan kom ik terug op de zorgen van de omwonenden. Want de vraag is natuurlijk: wat heeft het voor zin om een zienswijze in te dienen die zinspeelt op het toevoegen van nieuwe regels, als bestaande afspraken onvoldoende worden gehandhaafd? De enige zekerheid die dat geeft is schijnzekerheid. Daar heeft uiteindelijk niemand iets aan.
Wat wél nodig is, is duidelijke handhaving. Als normen worden overschreden, moet worden opgetreden. Als afspraken zijn gemaakt, moeten die worden nageleefd. Dáár begint het vertrouwen van inwoners, omwonenden en de ondernemer. Niet bij steeds dikkere stapels papier, maar bij consequente handhaving in de praktijk.
Voorzitter, in de sport kennen we brons, zilver en goud. Maar in dit dossier moeten we oppassen dat we niet blijven hangen bij een bronzen oplossing: veel nieuwe regels op papier, maar te weinig uitvoering in de praktijk. Wat inwoners, omwonenden en de ondernemer uiteindelijk verdienen, is goud. Een situatie met duidelijke afspraken, echte handhaving en een goede balans tussen bedrijvigheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. Daar moeten we gezamenlijk naar toewerken.
