De Barneveldse VVD maakt zich zorgen over het uitstel van de sloop van de milieustraat Otelaar en de daarmee samenhangende vertraging van de bouw van de nieuwe milieustraat. Aanleiding is het collegebericht waaruit blijkt dat een noodzakelijke provinciale vergunning ontbreekt, waardoor de sloop op dit moment niet kan starten. Raadslid Gerben Evers stelt schriftelijke vragen.
Volgens de fractie is het onbegrijpelijk dat in een project dat al meerdere jaren in voorbereiding is, in een zo laat stadium blijkt dat een juridisch noodzakelijke vergunning ontbreekt. De Barneveldse VVD stelt dat van het college mag worden verwacht dat dergelijke randvoorwaarden in de voorbereiding volledig worden geborgd.
Raadslid Gerben Evers spreekt zijn verbazing uit over de gang van zaken. “Het is zorgelijk dat we in deze fase van het project worden geconfronteerd met het ontbreken van een essentiële vergunning. Juist bij grote ruimtelijke projecten moet alles vooraf goed zijn uitgezocht en geregeld. Dit roept serieuze vragen op over de voorbereiding en de regie van dit dossier.”
Uit het collegebericht blijkt dat in 2022 onderzoek is uitgevoerd naar beschermde diersoorten, waarbij dwergvleermuizen zijn aangetroffen en mitigerende maatregelen zijn getroffen. Bij de sloopmelding bleek vervolgens dat een provinciale vergunning ontbreekt, waarna de Omgevingsdienst de Vallei heeft vastgesteld dat de sloop niet mag plaatsvinden zonder deze vergunning. De provincie heeft dit standpunt bevestigd.
De Barneveldse VVD wil duidelijkheid over hoe dit heeft kunnen gebeuren en welke gevolgen dit heeft voor planning en kosten. De fractie vraagt onder meer naar de financiële impact van het uitstel, zoals extra onderzoeks- en uitvoeringskosten en mogelijke indexatie-effecten.
Daarnaast wil de fractie weten op welk moment in het proces het ontbreken van de vergunning is gemist en of er voorafgaand aan het project een volledige inventarisatie is gemaakt van alle benodigde toestemmingen.
Tot slot wil de fractie duidelijkheid over de operationele situatie van de huidige milieustraat Otelaar. De Barneveldse VVD vraagt of deze tot het moment van vergunningverlening weer volledig zonder tijdsloten kan worden opengesteld voor inwoners, en of de tijdelijke milieustraat pas in gebruik wordt genomen zodra de sloop daadwerkelijk kan starten.
De Barneveldse VVD heeft hierover schriftelijke vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders. De fractie wil op korte termijn helderheid over de ontstane situatie en de stappen die nodig zijn om herhaling in toekomstige projecten te voorkomen.
Vragen.
Gerben Evers heeft namens de fractie van de Barneveldse VVD de volgende vragen gesteld:
- Hoe is het mogelijk dat het college in de voorbereiding van de afgelopen jaren voor de sloop en herontwikkeling van de milieustraat Otelaar niet heeft geborgd dat alle benodigde vergunningen tijdig waren aangevraagd en verkregen?
- Is in de voorbereiding van de sloop en herontwikkeling van de milieustraat Otelaar een volledige inventarisatie gemaakt van alle benodigde vergunningen en toestemmingen, en hoe is het mogelijk dat de noodzakelijke provinciale vergunning daarbij niet is onderkend en meegenomen? Op welk moment in het proces is dit gemist of niet geborgd?
- Wat zijn de financiële gevolgen van het uitstel van de sloop en de vertraging van de bouw van de milieustraat, bijvoorbeeld ten aanzien van extra (onderzoeks)kosten en indexatie? Is het college bereid de raad hierover voorafgaand aan de behandeling van de programmabegroting via een raadsinformatiebrief te informeren, zodat de raad dit tijdig en integraal kan betrekken bij de begrotings-/investeringsafwegingen?
- Kan het college aangeven of de huidige milieustraat Otelaar tot het moment waarop de benodigde vergunning rond is tijdelijk weer volledig kan worden opengesteld voor inwoners zonder tijdsloten (de ‘oude’ situatie zoals inwoners die gewend waren op de milieustraat Otelaar), en dat vervolgens, zodra de benodigde vergunning rond is en de sloop start, de tijdelijke milieustraat in gebruik wordt genomen met tijdsloten?
- Welke lessen trekt het college om te voorkomen dat dit soort tekortkomingen in vergunningen- en voorbereidingstrajecten bij toekomstige projecten opnieuw kunnen ontstaan?
